Als ik straks het loodje leg
En als ik straks het loodje leg
wiens mening staat er op mijn steen
wiens handen dragen mij naar bed
wiens harten hebben mij gekend
wiens ogen kijken naar mijn lijf
en kijkt en kijkt en ziet een ander
wiens blikken reflecteren spijt
of angst en schaamte tegelijk
want ze me wie ziet nou degene
die naast ze staat en toch verandert
wiens ogen zijn er sneller dan
het licht waarvan wij allen afstamden
als een vlinder in een plakboek
als een brandend merk op deze aarde
als een schoongewassen zakdoek
zal ik achterlaten hen die mij verliet
Lemuël de Graav
Onze blauwe plek
nu mijn lichaam pijn doet
mijn benen slepen
mijn armen los
wil ik slaan op alles dat zwijgt
ik wil bloed op de snaren
ik wil ritme door de borst
ik wil alles doen ademen
ik wil kots op de grond
Ik dacht dat het hier veilig was
dat het mij hier niet vinden kon
maar dwars door het snijden van de synth
het gejammer van de bas
de slagen van de drum
viel uit de speaker
een traan
en raakte mij aan
de blues heeft me gevonden
en ik vond haar
in rappers en videoclips
tote bags en t-shirts
promo’s en playlists
white kids en moshpits
nu doet mijn lichaam pijn
mijn benen slepen
mijn armen los
ik stamp op de vloer
familie — is daar iemand?
alsjeblieft
dans met mij
ik dacht dat het hier veilig was
Lemuël de Graav